Van licht naar vuur
- Mari

- 5 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Veel hoogcreatieve vrouwen maken hun verlangen eerst sociaal veilig.
Niet te mooi. Niet te veel. Niet te eigen.
Dit gaat over wat er gebeurt als je daarmee stopt.
Na midsommar bleef het beeld van het water bij mij hangen.
We voeren rond middernacht tussen de verlichte zeilbootjes. Het water was donker, de lampjes hingen aan de masten en overal kaatste het licht terug. Er waren gezichten in de nacht, stemmen op het water en dat gevoel van vrijheid dat je soms ineens overvalt wanneer je buiten bent, op het water, terwijl de wereld even zachter lijkt.
Het was rijk.
Niet rijk in bezit of overdaad, maar rijk in ervaring. In mensen. In stilte. In donker water waar juist door het donker het licht zo zichtbaar werd.
Alsof de langste dag van het jaar mij iets liet zien wat ik misschien al langer wist: het licht is er al.
Niet als iets wat je eerst moet verdienen. Niet als iets waar iemand toestemming voor moet geven. Niet als iets wat pas mag schijnen wanneer de kamer er klaar voor is.
Het licht is er.
En vandaag denk ik aan San Juan.
In Spanje wordt in de nacht van 23 op 24 juni het begin van de zomer gevierd met vuur en water. Oude dingen worden symbolisch verbrand. Mensen zoeken de zee op. Niet om iemand anders te worden, maar om een grens over te gaan.
En ineens voelde ik hoe mooi die twee beelden samenkomen.
Midsommar liet mij het licht op het water zien. San Juan brengt daar het vuur bij.
En misschien is dat precies de beweging. Eerst zien wat er al schijnt. Daarna zelf het vuur aansteken.
Want ik merk hoe diep dit raakt aan verlangen. Aan willen. Aan iets maken omdat het door jou heen wil komen, niet omdat iemand anders er al om gevraagd heeft. Aan kiezen voor de vorm die klopt, ook als die niet de veiligste is. Aan je eigen visie volgen zonder eerst te peilen of iedereen het begrijpt, goedkeurt of kan dragen.
Ik zie steeds helderder hoe vaak verlangen klein wordt gemaakt voordat het überhaupt serieus genomen wordt.
Niet omdat het verlangen niet klopt. Maar omdat verlangen ook betekent dat je afwijkt.
Je kiest iets. Je laat iets zien. Je maakt iets vanuit jouw oog, jouw smaak, jouw gevoel, jouw waarheid. En precies daar kan het spannend worden, want wat echt eigen is, roept soms iets op.
Kritiek. Stilte. Vergelijking. Afwijzing. Of die oude vraag van iemand anders: waar blijf ik dan?
En dus maak je jezelf een beetje kleiner.
Je kiest net iets veiliger. Je maakt je creatie net iets begrijpelijker. Je legt meer uit dan nodig is. Je wacht op een teken. Je zoekt bevestiging voordat je gaat staan.
Niet te mooi. Niet te veel. Niet te wijs. Niet te slim. Niet te eigen.
Maar wat je blijft kleinmaken, kan niet voluit verschijnen.
San Juan zegt voor mij: laat dat door het vuur gaan.
Niet je zachtheid. Niet je liefde. Niet je gevoeligheid. Maar wel de oude rem op verlangen. Het wachten op goedkeuring. De angst om te veel te zijn. Het idee dat je creatie van iedereen moet worden. De neiging om je eigenheid te vertalen naar iets wat niemand ongemakkelijk maakt.
En daarna het water. Schoonspoelen. Verzachten. Terugkeren naar jezelf.
Niet harder worden. Zuiverder worden.
Voor mij is dat precies waar FENIKS over gaat. Niet zichtbaarheid als truc. Niet een mooiere buitenkant. Niet nog meer strategie bovenop een identiteit die zich nog inhoudt.
Maar verschijnen zonder de rem erop. Zodat wat je maakt en wie je bent niet langer twee verschillende dingen zijn.
Van binnen naar buiten naar beeld. Eerst zien waar je jezelf nog inhoudt. Dan je taal terugnemen. Dan je plek zichtbaar dragen.
Want wat door jou heen wil komen, kan alleen door jou gebracht worden. Ook als je publiek nog slaapt. Ook als de kamer nog moet wennen. Ook als niet iedereen meteen begrijpt wat jij allang voelt.
Maak toch.
Steek je vuur aan en stap het water in.
Niet als nieuwe versie van jezelf. Als jezelf.
Niet zichtbaar worden. Je plek innemen.
Mari

Opmerkingen